Author: Jesper (page 6 of 15)

Jesper Langbroek (1996) is sportjournalist en publiceerde over voetbal in onder andere het AD en Voetbal International. In 2019 reisde hij door Latijns-Amerika van stadion naar stadion en deed hij verslag van de Copa América in Brazilië. In 2021 publiceerde Langbroek het boek ‘2002: De Europese helden van Feyenoord’.

Technisch manager Fledderus: “Ik zie een onderhandeling als een wedstrijd”

Mark-Jan Fledderus stond bekend als een voetballer met een enorme winnaarsmentaliteit. In zijn nieuwe functie als technisch manager van Heracles Almelo neemt hij diezelfde instelling mee naar de onderhandelingstafel. ‘Ik wil het beste voor de club.’ (mei 2018)

Hoe is de overstap van het veld naar het kantoor bevallen?

Het verschil is groot, maar ik ben nu bijna drie maanden zelfstandig aan de slag en ik voel me op mijn plek. Als speler ben je vooral bezig om in het weekend te presteren. Nu heb je met andere krachtvelden te maken. Je denkt over veel meer zaken na. Daarin ben ik minder ervaren, maar ik ben ambitieus en bereid om hard te werken.

Hoe zag de voorbereiding op jouw nieuwe baan eruit?

In het spoor van Nico-Jan heb ik gedurende acht maanden bij al zijn afspraken en overleggen gezeten. Daarnaast heb ik me verdiept in Heracles Almelo als club. Ik heb met alle mensen van het personeel gesproken om te inventariseren wat iedereen doet en om beter kennis te maken.

Ik heb in mijn laatste jaar als speler de trainerscursus gevolgd (TC3) en eerder had ik al een HBO-studie Commerciële Economie afgerond. Daar heb ik onlangs een management cursus bij de KNVB aan toegevoegd, toegespitst op Heracles Almelo. Door te leren over alle krachten rond een Betaald Voetbal Organisatie, zoals stakeholders, marketing en het technische beleid, heb ik een helikopter view gekregen. Alle zaken zijn verbonden en hebben invloed op elkaar. Uiteindelijk vormt het één club.

Wat is het grootste verschil vergeleken met je tijd als speler?

Vooral de onregelmatigheid van het werk. Als voetballer leef je heel gestructureerd. Je eet gezond en op vaste tijden. Daar moet ik nu op letten. Ik heb veel afspraken buiten de deur en daar zit vaak een etentje bij. Fit blijven is belangrijk om dit werk goed te doen. Het zijn lange dagen en er gebeurt veel. Dit werk houdt je de hele dag bezig. De telefoon gaat ook als ik ’s avonds thuis op de bank lig.

Read more

Share

Wout Weghorst heeft zijn streken nodig (juni 2015)

Aan het begin van het seizoen maakten we in de tweede uitgave van Frens kennis met Wout Weghorst. De 23-jarige aanvaller kwam over van FC Emmen en beleefde afgelopen seizoen zijn eerste jaar in de Eredivisie. Met acht goals en acht assists kent Weghorst geen slechte statistieken, maar de meningen over de spits zijn verdeeld. Met zijn uitgesproken persoonlijkheid is hij een opvallende verschijning in het zwart witte tenue en dat heeft zowel lof als kritiek tot gevolg. Tijd voor een tweede ontmoeting met de spits van Heracles. (juni 2015)

Heb je moeite gehad om te wennen aan het niveau van de Eredivisie?

‘Nee eigenlijk niet. Het is vrij soepel gegaan. Ik ben goed opgenomen in de groep en ik voelde me gelijk thuis. Ik heb het vertrouwen vanaf het begin gevoeld en de voorbereiding verliep ook goed. Ik ging automatisch mee in het niveau. Qua speeltijd is het misschien sneller gegaan dan ik had gedacht, maar je weet van te voren natuurlijk niet hoe snel je aanhaakt. De faciliteiten van Heracles zijn beter dan bij Emmen. Daardoor heb ik grote stappen gemaakt in mijn ontwikkeling. Met name op het gebied van krachttraining heb ik veel gedaan. Richard van Beek heeft mij daarin uitstekend begeleid. We hebben veel één op één getraind en aandacht besteed aan mijn voeding. Daar heb ik veel aan gehad. Ik kan echt merken dat ik dit jaar sterker ben geworden. Je moet het natuurlijk zelf doen, maar met goede begeleiding gaat het niet iets sneller. Ik ging er dit seizoen voor om het maximale eruit te halen en het zo goed mogelijk te doen. Dat is aardig gelukt. Zoals ik in het vorige interview in Frens zei, was mijn doel om eerste spits te worden. Dat is op z’n zachts gezegd ook aardig gelukt.’

Halverwege het seizoen sprak je de doelstelling uit om meer dan tien goals te scoren. Dat is met een totaal van acht doelpunten niet gelukt.

‘In de winterstop stond de teller op vijf. Dit wilde ik graag in de tweede seizoenshelft herhalen. Dan zou ik in de dubbele cijfers komen. Dat was mooi geweest, maar dat is helaas niet gelukt. Vooraf aan het seizoen wilde ik er meer dan vijf maken, maar toen ik eenmaal ging spelen heb ik dat snel bijgesteld. Dat geeft al aan dat het voorspoedig is verlopen. In totaal heb ik een belangrijke bijdrage geleverd dit seizoen. Acht assists is ook een mooi aantal denk ik.’

Ben je tevreden als je die statistieken zo op een rijtje zet?

‘Ik had van mijzelf in de tweede seizoenshelft wel wat meer doelpunten willen zien, maar het is niet zo dat ik erg veel kansen om zeep heb geholpen. Ik ben een speler die heel afhankelijk is van de voorzetten van medespelers. Het blijft moeilijk om te zeggen of acht goals voldoende is, maar ik had er wel meer willen maken.’

Heracles speelt regelmatig met twee flankspelers die graag naar binnen trekken, is dat een nadeel voor jou?

‘We spelen zelden met echte klassieke buitenspelers. Bryan Linssen en Brahim Darri hebben natuurlijk bepaalde kwaliteiten waar je als elftal ook profijt van hebt. Als spits rendeer ik het best met een rechtspoot op rechts en een linkspoot op links, maar ik begrijp de keuzes van de trainer. Iedere spits zou blij zijn als de tactiek op heb wordt afgestemd, maar we spelen zoals we spelen en volgens mij gaat de samenwerking met de andere spelers prima.’

De meningen onder de supporters over jou zijn verdeeld. De één ziet in jou de nieuwe Bas Dost, maar de ander wijst op het ontbreken van echte concurrentie voor de spitspositie en vindt dat je vervelende trekjes vertoond.

‘De geluiden hoor ik zelf ook, maar daar trek ik me niet zo veel van aan. In het begin deed ik dat nog wel, maar op een gegeven moment ben ik me daarvan gaan afzonderen. Ik weet wat er van me gevraagd wordt en wat de trainer van me wil zien. Ik weet wat ik kan en niet kan. Ik ben er ook van overtuigd dat ik niet zomaar speel. Er waren heus wel andere opties. Het is niet zo dat ik de enige optie ben. Als ik niet goed genoeg was, had ik zonder twijfel niet gespeeld. Wat mensen daar verder van vinden, interesseert me niet zoveel eerlijk gezegd. Die meningen houd je toch.’

Read more

Share

Wout Weghorst is vastberaden om te slagen in Almelo (november 2014)

Met Wout Weghorst heeft Heracles een ambitieuze en vastberaden versterking in huis gehaald. De 21-jarige spits komt transfervrij over van FC Emmen, waar hij in twee seizoenen negentien keer het net trof. Weghorst gaat er alles aan doen om zijn verblijf in Almelo tot een succes te maken. De voetballer is niet vies van hard werken en is dan ook vaak in het krachthonk te vinden. “Op jonge leeftijd was ik al zo fanatiek dat mijn teamgenoten zich wel eens afvroegen of ik wel helemaal honderd procent was.” (november 2014)

Bij RKSV NEO, de club waar je begon met voetballen, speelde je al heel snel in het eerste elftal. Wat voor tijd heb je daar beleefd?

‘Op mijn vijftiende debuteerde ik in het eerste elftal. Ik zat toen nog in de b’s, maar ik deed eigenlijk altijd al met de oudere teams mee. Aan het eind van het seizoen mocht ik een paar wedstrijden meespelen met het eerste. Mijn debuut zal ik nooit vergeten. We stonden 0-1 achter en ik kwam als invaller in het veld op het moment dat wij een corner mochten nemen, ik moest dus meteen aan de bak. Ik kopte die bal erin en ik wist niet hoe hard ik moest juichen. Een erg mooi moment. Zeker ook omdat er wel eens werd gezegd dat ik in de hogere teams speelde, omdat mijn vader met zijn bedrijf hoofdsponsor is van de club. Die geluiden motiveerde mij alleen maar en toen ik het seizoen erna definitief bij het eerste aan mocht sluiten, werd ik clubtopscorer. Ik heb toen wel het tegendeel bewezen denk ik.”

Was je toen al bezig met een mogelijke profcarrière?

‘Van jongs af aan heb ik altijd gezegd: ‘Ik word profvoetballer’. Mijn moeder voelde tijdens de zwangerschap al dat ik een goede traptechniek had, haha. Als peuter trapte ik altijd mijn luiers van de trap en later was ik altijd met de bal bezig. Op het moment dat ik in clubverband ging spelen, was ik meteen enorm fanatiek. Mijn teamgenoten vroegen zich wel eens af of ik wel helemaal honderd was, zo graag wilde ik winnen. Ik ben bereid ver te gaan voor die drie punten. Treiteren, irritant zijn, ik draai er mijn hand niet voor om. Dat werd me niet altijd in dank afgenomen natuurlijk, maar ik wist heel goed waarvoor ik het deed. Ik was misschien niet het grootste talent, maar door mijn werklust ben ik wel gekomen waar ik nu ben.’

Hoe uit dat fanatisme zich in de dagelijkse praktijk?

‘Ik leef echt voor de sport. Ik drink niet, ik rook niet, en ik ga zelden uit. Dat kan later ook nog wel. Ik ben veel in het krachthonk te vinden. Een vriend en tevens oud-teamgenoot van me heeft een eigen pandje waar ik veel extra training doe. Bij FC Emmen waren er naast de veldtraining niet veel mogelijkheden om krachttraining te doen, dus sindsdien neemt hij mij regelmatig onder handen. En geloof mij, hij spaart me niet. Juist omdat ik hem goed ken, vraagt hij het uiterste van me. Ik ben na zo’n sessie helemaal kapot, maar ik doe het graag. Als ik 35 ben en mijn voetballoopbaan is voorbij, wil ik mijzelf recht in de spiegel aan kunnen kijken en zeggen dat ik er het maximale uit heb gehaald.’

Read more

Share

Waarom Rodney Ubbergen gelukkiger is op amateurvelden en pleintjes

In het profvoetbal botste hij met de ene na de andere trainer, maar in het amateurvoetbal is Rodney Ubbergen (31) weer net zo gelukkig als vroeger op de Amsterdamse pleintjes. Zijn teamgenoten van DOVO zijn inmiddels gewend aan de streken van de avontuurlijke doelman.

Ubbergen speelde als doelman in de jeugd bij onder meer Ajax en AZ, kwam tot twintig wedstrijden in de Jupiler League voor onder meer Telstar en speelde twee officieuze interlands voor Suriname. Als keeper van FC Oss ging hij het internet over met een selfie van hem op de wc met zijn toenmalige vriendin Kim Feenstra achter hem onder de douche. Die tijden zijn geweest en Ubbergen keept inmiddels in de Derde Divisie bij DOVO.

In het amateurvoetbal heeft hij het plezier in het voetbal teruggevonden. VICE Sports ontmoette Ubbergen in het Fletcher Hotel in Amsterdam-Zuidoost en sprak met hem over de humor in het amateurvoetbal, de problemen die hij als profvoetballer had en het leven op de pleintjes van Amsterdam.

VICE Sports: Ha Rodney, we zouden elkaar eerder spreken, maar er kwam een buikgriepje tussendoor. Ben je alweer hersteld?
Rodney Ubbergen: Ik houd mijn eten weer binnen, maar ik heb echt een week op de wc gezeten. Volgens mij gaat er een virus rond, want twee ploeggenoten van DOVO en mijn broertje hadden er ook al last van. Het kwam mij wel goed uit, want we hadden een weging bij DOVO. Ik was dus mooi op gewicht.

Ik ben alleen een beetje moe, maar dat komt omdat ik laat ben gaan slapen. Ik kreeg het nieuwe UFC-spel gisteravond binnen en heb de hele nacht gespeeld. Volgens mij heb ik wel dertig keer gezegd dat ik een laatste potje ging doen.

Heb je nog een selfie op de wc genomen? Zoals met Kim Feenstra destijds.
Haha, dat was een grap van ons beiden, maar iemand bracht het op internet alsof ik het stiekem deed. Maar ik heb dat achter me gelaten man. Ik ben verder gegaan met mijn leven en praat over geen enkele ex.

Het is toch waar mensen je van kennen. In die tijd was je nog profvoetballer bij FC Oss, nu speel je bij de amateurs. Hoe bevalt dat?
Heel goed. Ik heb minder verplichtingen binnen het voetbal en dus meer vrijheid. Ik kom momenteel rond van het handelen in huizen. Gericht inkopen, beetje opknappen en weer doorverkopen. Je hoeft maar één keer een huis te verkopen en je zit goed voor een jaartje. Daardoor kan ik mijn tijd invullen zoals ik wil. Het amateurvoetbal past daar goed in. Ik ben aanvoerder en voel me goed bij DOVO. De meeste ploeggenoten hebben een negen-tot-vijf-baan en kijken wel eens op van hoe vrij ik leef, maar ik kan wel avonturen met ze beleven.

Lees het volledige interview gratis op de website van VICE Sports.

“Als het leven over is, kan je je geld niet meenemen, je kan niemand meenemen. Dus kun je beter nu plezier maken.”

Share