Author: Jesper (page 4 of 15)

Jesper Langbroek (1996) is sportjournalist en publiceerde over voetbal in onder andere het AD en Voetbal International. In 2019 reisde hij door Latijns-Amerika van stadion naar stadion en deed hij verslag van de Copa América in Brazilië. In 2021 publiceerde Langbroek het boek ‘2002: De Europese helden van Feyenoord’.

Op bezoek bij voetballer Marco Pappa in Guatemala

“In Amerika kun je rustig de stad in gaan zonder dat er daarna geroddeld wordt. Ik heb leuke vriendinnen gehad in die periode.”

Door Jesper Langbroek08 februari 2019, 10:18am VICE

ALLE FOTO’S DOOR DE AUTEUR.

Marco Pappa (31) loopt met de zon in zijn rug het veld van Xelaju MC af. “Hoe gaat het met jou?”, vraagt hij lachend. De enige Guatemalteekse voetballer die ooit in Nederland speelde, spreekt na vijf jaar nog een paar woorden Nederlands. Pappa kwam in 2012 voor zeven ton naar SC Heerenveen en kreeg er een salaris van een half miljoen per jaar. Maar ondanks het hoge prijskaartje, speelde hij onder coach Marco van Basten in Friesland slechts twaalf wedstrijden in twee jaar.

“Volgens mij wist Van Basten niet eens wie ik was,” zegt hij nu. We nemen plaats op de tribune achter het doel. Terwijl we uitkijken op twee vulkanen, gaan we terug naar de tijd dat Pappa voor Heerenveen speelde. Hij vertelt over kroketten eten na een avond stappen, corruptie in het voetbal en die keer dat hij werd neergestoken door een voormalige Miss Washington en op het randje van de dood balanceerde.

Marco Pappa in Guatemala.

VICE Sports: Wat een uitzicht hier, dat heb je bij Nederlandse stadions niet.
Marco Pappa:
 Voor ons zijn bergen en vulkanen normaal. Wel moet ik hier wennen aan de hoogte. Ik woon sinds twee maanden in Quetzaltenango, nadat ik twee jaar in Guatemala-Stad woonde, dat veel lager ligt. Quetzaltenango is een stad op 2300 meter hoogte en dat doet wat met je lichaam. De eerste weken was ik ziek. Nu heb ik altijd een droge mond en af en toe hoofdpijn. Niet lekker tijdens het voetballen.

Read more
Share
Sticky post

Met voetbal als gids leidt Hardenberger Jesper Langbroek zichzelf door Latijns-Amerika

Reizende door Latijns-Amerika ziet Jesper Langbroek (23) maandenlang de pracht en pralen van de andere kant van de wereld. En overal komt de sportjournalist uit Hardenberg hetzelfde tegen: liefde voor voetbal, de rode draad van de trip van zijn leven.

(Door Jurriën Schuiringa, De Stentor, juni 2019)

‘Dat kun je nooit in je eentje’, hoort hij iedereen zeggen, als hij te voet aan zijn vier dagen durende avontuur wil beginnen, naar de plek van de foto die al vijf jaar lang zijn computerachtergrond siert. Machu Picchu, de beroemde Incastad in de bergen van Peru, is een glinstering op de bucketlist van Jesper Langbroek (23). De geboren Hardenberger negeert het goedbedoelde advies – ‘neem een gids en een tent mee’ – dat hij van iedereen krijgt en begint te lopen. Het durft het aan, alleen, met wat hulp van het internet en het alsmaar groeiende vertrouwen dat het wel goed komt.

Na een zware hike, 92 kilometer omhoog door de Andes en langs de oude Incaroute, komt Langbroek na vier dagen aan bij de Machu Picchu, gelegen in de Peruaanse regio Cusco. Onderweg slaapt hij in hostels en ontmoet hij locals en toeristen. Vaak gaat het gesprek over hetzelfde: het spelletje met de bal, en dan met name de Champions League-successen van Ajax. Tijdens een tussenstop naar boven komt hij een voetbalveldje tegen, midden in de bergen en vlak naast een rivier. De doelpalen zijn vierkant en van hout. De bal is zacht. Het deert hem niet: met mensen uit allerlei landen speelt hij een partijtje voetbal. Fanatiek.

Risico’s

De tocht naar Machu Picchu maakt Langbroek in mei, zeven maanden nadat hij zijn onbezorgde Nederlandse leventje heeft achtergelaten. Daar timmert hij aan de weg als freelance sportjournalist, onder meer bij deze krant. Wekelijks staat hij langs de lijn bij amateurvoetbalpotjes in de regio. Toch besluit Langbroek, reislustig als hij is, het roer om te gooien. Hij kiest voor het avontuur en vertrekt in oktober 2018 samen met goede vriend Niels Pijp, ook een Hardenberger, naar de andere kant van de wereld. Via de Verenigde Staten, Mexico, Guatemala, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica belandt Langbroek – hij en Niels zijn dan al volgens planning opgesplitst – in Peru. Daarna volgen Bolivia en Brazilië. Het is geen reis zonder risico’s, een thema dat uitgebreid met het thuisfront is besproken. ,,Maar risico’s horen erbij als je nieuwe dingen wilt zien en andere culturen wilt ontdekken”, zegt Langbroek. 

Overal waar hij komt, wordt hetzelfde gespreksonderwerp aangesneden: voetbal. Een echte mondiale taal, noemt Langbroek het. Stadionbezoeken zijn vaste prik. Wedstrijd of geen wedstrijd. Als hij zegt dat hij een sportjournalist uit Nederland is, is er altijd wel iemand die de deur voor hem opendoet. Langbroek grist zijn camera dan tevoorschijn en maakt foto’s, die hij later op de dag op zijn Twitteraccount plaatst. Fraaie plaatjes. ,,Je ziet op de gekste plekken voetbalveldjes: op het strand in Acapulco, in de buurt van Machu Picchu, bij de zoutvlaktes in Bolivia. Voetbal is overal en voor iedereen.” Eén keer wordt Langbroek geweigerd bij een stadion, in Cusco. Vanwege verbouwingen mag hij niet naar binnen, maar via een behulpzame bouwvakker komt hij toch aan foto’s van het veld.

Langbroek is in Azteca geweest, een immens stadion. En in het onderkomen van Universitario Lima, als blonde Hollander tussen de harde kern, die later op de avond moet rennen voor de politie. Supporters zingen negentig minuten lang, ook als hun favoriete club een tegengoal krijgt. De beleving is anders dan in Nederland. ,,Al zijn de stadions van PEC Zwolle en FC Emmen op hun manier ook uniek en hebben de fans ook passie.”

Copa América

Momenteel verblijft Langbroek in Rio de Janeiro, Brazilië, waar hij als liefhebber en als journalist de Copa América volgt. Hij ziet de grote voetbalsterren van dichtbij. Zijn passie voor schrijven neemt hij ook tijdens de reis van zijn leven mee. Langbroek zet zijn ervaringen op papier en neemt interviews af met Francisco ‘Maza’ Rodriguez (ex-PSV) en Marco Pappa (ex-Heerenveen), twee voetballers die ooit in de eredivisie speelden. 

Zijn Spaanse taalvaardigheid is met sprongen vooruitgegaan. ,,Ik versta bijna alles en kan gesprekken voeren over veel onderwerpen. Er zit een logische structuur in. Twee weken lang heb ik in Guatemala een cursus gevolgd op een school en in een gastgezin. Daarna is het een kwestie van oefenen, veel mensen aanspreken.”

Gedachten

Nog ruim een maand, en dan zit het avontuur erop. De gedachten van Langbroek dwalen al reizende weleens af naar Nederland en zijn familie – bijvoorbeeld als hij in Midden-Amerika voor de zoveelste keer rijst, bonen en warme banaan moet eten. Eventjes denkt hij dan aan thuis. Tot hij weer aan iets onvergetelijks begint. Slapen op een actieve vulkaan in Guatemala, piranha’s vissen in de Amazone in Bolivia, leren surfen in Mexico; het zijn ervaringen voor het leven. Net als zijn bezoek aan de Copa América, een droom die uitkomt.

Op 30 juli vliegt Langbroek naar huis, meer dan twintig voetbalshirtjes rijker. Dan is hij net op tijd voor de bruiloft van zijn broer. Terug in Hardenberg wil de jonge sportjournalist het freelancen weer oppakken, terug aan het werk. Weer langs de lijn staan bij tweededivisionist HHC, de club uit zijn stad. ,,Deze reis heeft me geleerd dat je niet alles hoeft te plannen. Uitingen en tradities zijn overal anders. Het mooie is om dat te ontdekken en te vergelijken met Nederland. Iedereen is bereid zijn of haar verhaal te delen en naar de ander te luisteren. Het is mooi dat je overal ter wereld Nederlandse connecties vindt en over de kou, hagelslag en Johan Cruijff kan praten. Ook hier. Ja, ik ga snel weer terug. Zeker weten.”

Share

Interview in Villamedia: ‘Het gaat om de ideeën’

Hij is ongetwijfeld een van de meest ervaren jonge freelancers. Op zijn 14e hengelde Jesper Langbroek (nu 21) al zijn eerste klus binnen. Met zo’n tweeduizend artikelen op de teller heeft hij zijn strepen in de (voetbal)journalistiek inmiddels ruimschoots verdiend. En hij heeft zijn opleiding journalistiek nog niet eens afgerond. Dat hoopt hij komend half jaar te doen.
(uit het journalistenvakblad Villamedia, augustus 2017)

Hoe ben je op zo’n jonge leeftijd in de journalistiek terecht gekomen?
‘Ik bezocht veel websites over voetbal. Voetbaltube.com was op zoek naar redacteuren en dat leek me wel wat. Ze vonden mijn leeftijd geen punt en ik werd vanaf het begin betaald. Voor korte berichtjes van 5-20 regels kreeg ik 50 cent. Toen ik 14 was, was dat een goede aanvulling op mijn loon bij andere bijbaantjes. Nu hoef ik niet meer achter de kassa te zitten omdat het schrijven beter verdient. Een vast uurtarief heb ik niet. Ik schrijf geregeld voor De Stentor en het AD, en daar word ik betaald volgens de gebruikelijke tarieven van de Persgroep. Verder ligt het aan de aanbieding wat ik er financieel uit kan halen, vergeleken met hoeveel moeite ik in een verhaal/project stopt. Ik ben niet echt gefocust op geld. Dat is die vrijblijvendheid, die ik me als student nog kan veroorloven.’

Wat vind je zo interessant aan de voetbalwereld?
‘Voetbal is een bron van verhalen. Er staan 22 spelers op het veld met allemaal een eigen achtergrond en ontwikkeling. Op mijn 7e zat ik zelf op voetbal, maar na een jaar ben ik gaan hockeyen. Ik bleef geïnteresseerd in de voetbalwereld, maar nu vind ik de afstand wel fijn. Dat maakt mij nog nieuwsgieriger. Ik schrijf ook wel eens over hockey, maar voetbal leeft veel meer. De belangen zijn groter en het betreft meer mensen. En dus zijn er meer verhalen.’

Heb je profijt van je jonge leeftijd?
‘Ik heb het idee dat ik makkelijk kan levelen met jonge voetballers. Als je dezelfde leeftijd hebt, kun je je beter inleven en praat je wat sneller over andere dingen dan een bal op de paal. Verder komt tijdens gesprekken met opdrachtgevers altijd vrij snel ter sprake dat ik op mijn 14e ben begonnen. Dat maakt vaak indruk, maar ik denk niet dat het doorslaggevend is. Het toont dat ik intrinsiek gemotiveerd ben, maar uiteindelijk gaat om de ideeën die je hebt en wat je daarmee doet.’

Hoe onderscheid je jezelf?
‘Als ik een verhaal maak, ben ik oprecht geïnteresseerd in het onderwerp of de persoon. Het liefst zou ik zelf meemaken wat bijvoorbeeld een voetballer meemaakt. Het interview is een manier om erachter te komen wat er in de hoofden van de spelers omgaat. Ik doe wat ik leuk vind en kijk daarna waar ik het kan verkopen. Ik geloof dat je daar de beste verhalen van krijgt.’

Is freelancen je droom of zou je ook willen werken in vaste dienst?
‘Als ik in vaste dienst nog steeds de verhalen kan maken die ik wil maken, doe ik dat net zo graag. Maar niet alle verhalen passen bij één medium. Daarbij vind ik het ook wel lekker om mijn eigen ritme te bepalen. Als ik daardoor wat harder moet werken omdat ik freelancer ben, vind ik dat niet erg.’

Je weet goed wat je wilt. Heb je al journalistieke mijlpalen behaald?
‘Ik had twee dromen: Johan Cruijff interviewen en voor Voetbal International (VI) werken. Naar het interview met Cruijff heb ik heel gericht toegewerkt. Ik ben aan de slag gegaan bij de website die de verslaggeving doet van een voetbaltoernooi waar Cruijff altijd aanwezig was. Twee jaar later was het moment daar. En bij VI mocht ik begin dit jaar stage lopen. Nu doe ik voor hen af en toe werk in opdracht. Ik moet dus aan nieuwe dromen werken. Ik zou David Beckham heel graag willen interviewen en ik wil me blijven ontwikkelen als schrijver.’

Share

Het voetbalmuseum van Huntelaar (GOAL!)

Klaas-Jan Huntelaar heeft een zolder vol met prijzen, shirts en andere spullen die hij heeft bewaard van belangrijke momenten in zijn carrière. Daar horen mooie herinneringen bij. De spits van Ajax duikt voor GOAL! in zijn verzameling en vertelt. (maart 2018)

Paspoort:
Klaas-Jan Huntelaar – 34 jaar – komt uit Voor-Drempt
Speelt bij: Ajax
Positie: spits
Eerder bij: PSV, De Graafschap, AGOVV, SC Heerenveen, Ajax, Real Madrid, AC Milan, Schalke 04.
Aantal interlands: 76 (42 goals)

Fanatieke verzamelaar

“Ik kan echt een museum openen met alles wat ik thuis heb liggen. Ik heb dozen vol met oude voetbalschoenen, shirts, vaantjes, bekers en nog veel meer. Ik zou mijn muur kunnen behangen met krantenartikelen. Het leuke aan dingen verzamelen, is de herinnering die bij het object hoort. Voor mijn kinderen is het ook leuk om de verhalen te horen. Zij hebben allemaal wel een beker op hun kamer staan. Als sportman wil je zoveel mogelijk prijzen winnen en het is mooi als dat lukt. Alle spullen op zolder zijn daar het resultaat van. Ik heb altijd honderd procent gegeven en ik ben trots op wat ik heb bereikt.

Vaantje van Noorwegen Onder-17 (2000)

In 2000 mocht ik voor het eerst uitkomen voor Nederland tijdens een oefenwedstrijd in Groningen tegen Noorwegen Onder-17. Als spits wil je graag scoren bij je debuut. Dat lukte gelukkig. Ik maakte de enige goal van de wedstrijd. We wonnen met 1-0. Daarna mocht ik mee naar het jeugdtoernooi in Israël. Daar heb ik twee keer gescoord. We schopten het tot de halve finale.

EK Onder-21: Topscorer, beste speler en gouden medaille (2006)

Tijdens het EK met Oranje Onder-21 heb ik een paar programmaboekjes meegenomen. Die lagen in de kleedkamer. Tijdens dit toernooi in Portugal was ik echt in vorm. Ik draaide een goed seizoen bij Ajax en zat bij de voorselectie van het grote Nederlands elftal voor het WK in Duitsland. In plaats daarvan ging ik met Jong Oranje naar Portugal. We begonnen niet zo goed. Maar in de halve finale wonnen we van Frankrijk. Ik scoorde één keer. In de finale scoorde ik zelfs twee keer. We wonnen met 3-0 van Oekraïne en waren kampioen. Ik had in totaal vier keer gescoord en mocht mijzelf topscorer noemen. Ook werd ik verkozen tot beste speler van het toernooi. 

Debuutshirt Nederlands elftal (2006)

Dit shirt is voor mij heel bijzonder. Op 16 augustus 2006 mocht ik tegen Ierland voor het eerst meedoen met het echte Oranje. Ik had wel voor jeugdteams van Nederland gespeeld, maar dit was toch wat anders. Ik was gespannen voor de wedstrijd, maar eenmaal op het veld deed ik gewoon mijn ding. Dit shirt roept mooie herinneringen op. We speelden in een mooi, oud stadion waar zelfs een metro onderdoor reed.

Shirt Andrea Pirlo (2008)

In de afgelopen jaren heb ik veel shirts gewisseld. Vaak krijg je bij het Nederlands elftal twee shirts. Soms ruilde ik ze allebei en soms hield ik er eentje zelf. Op het WK van 2010 heb ik een shirt van Kameroen en Japan gekregen. Op het EK van 2008 heb ik na de wedstrijd tegen Italië mijn shirt geruild met Andrea Pirlo. Dat vond ik altijd een hele goede voetballer. Ook heb ik een shirt van Fabio Cannavaro liggen. Dat zijn twee van de mooiste. Voor de rest weet ik niet zo goed welke shirts ik heb. Ik heb nog geen tijd gehad om alles uit te zoeken. Het zijn er zoveel!

Topscorer in de competitie (2004, 2005, 2006, 2011)

Als spits ben ik altijd op jacht naar doelpunten. Het is altijd mooi als je bovenaan de topscorerlijst staat. Als jonge speler scoorde ik bij AGOVV 26 keer en werd ik topscorer en beste speler van de Jupiler League. Later ben ik bij Ajax twee keer achter elkaar topscorer van de eredivisie geworden. In 2011 maakte ik bij Schalke 04 de meeste goals van iedereen in de Bundesliga van Duitsland. Die beker is heel bijzonder. Het heeft de vorm van een kanon.

Zilver medaille WK (2010)

Deze medaille doet een klein beetje pijn, omdat we de finale verloren. Elke keer als je niet wint, is dat jammer. Aan de andere kant hebben we wel zilver gewonnen. Het was fantastisch dat we de finale haalden. Ik hoopte nog dat ik in mocht vallen. Maar Giovanni van Bronckhorst (nu de coach van Feyenoord) kreeg kramp en er moest een verdediger in. Jammer, want ik was al aan het warmlopen.

Bronzen medaille WK (2014)

Tijdens dit toernooi was ik belangrijk met een doelpunt tegen Mexico. Wesley Sneijder scoorde ook en we gingen naar de kwartfinale. Brons voelt gek genoeg beter dan zilver, omdat je al weet dat je de finale niet speelt. Bij zilver heb je goud misgelopen. Bij Jong Oranje won ik wel goud en dus heb ik alle drie de kleuren. Daar ben ik trots op, want dat haal je niet zomaar binnen.”

Share