Voor Jan Vosjan en Michael Ellenkamp is het duidelijk: HHC Hardenberg is de mooiste club die er bestaat. De voorzitter van de supportersvereniging en de nieuwe trommelaar vertegenwoordigen twee generaties binnen de oranje harde kern. De twee fans van HHC spreken over de supporterscultuur, de verjonging van Vak Q, de ontlading van vorig seizoen en de liefde voor HHC. ‘Hele families groeien op met de club.’

Bij iedere club zullen ze zeggen dat zij de beste supporters hebben, maar HHC Hardenberg heeft statistieken om het te bewijzen. De fans van de Tweede Divisionist moeten van alle supporters in de competitie de meeste kilometers afleggen naar uitwedstrijden, maar zijn toch altijd met de grootste groep. De 3200 kilometers worden in tweewekelijkse etappes gereden door zo’n honderdvijftig mensen met eigen vervoer en zestig fans in de bus. HHC Clubsupport-voorzitter Jan Vosjan (45) is er altijd bij. Hij komt al van kleins af aan bij HHC en miste in de afgelopen tien jaar slechts een handjevol wedstrijden. ‘Maar dat is niet bijzonder, hoor. Dat hebben meer mensen’, zegt Vosjan. ‘We moeten wel steeds verder rijden. Eerst was het Rijssen en Berkum. Nu is Spakenburg bijna het dichtstbij. We worden overal goed ontvangen. Niemand heeft problemen met ons. Bij clubs al Barendrecht nemen we vaak het sportpark over. Dan zijn we in de meerderheid en hoor je alleen maar HHC-liedjes.’

Nieuwe generatie op de trommel

Het gezang van de harde kern van HHC, die zichzelf Vak Q noemt, wordt begeleid door de trommel van Michael Ellenkamp. De 23-jarige Hardenberger nam als supporter van de nieuwe generatie de drumstokjes voorafgaand aan dit seizoen over. ‘Dat was in het begin wel even wennen. Ik had de blaren op mijn handen staan. Nu heb ik het juiste ritme gevonden’, vertelt Ellenkamp. ‘We hebben in totaal drie trommels. Soms moeten we ons even inhouden, omdat je anders die liedjes niet meer hoort.’

De jonge garde supporters brengt eigen teksten en ideeën met zich mee. Ellenkamp zet regelmatig in met het nieuwe lied ‘Hardenberg is onze stad’, waarna de mensen in Vak Q hem nazingen. Maar ook het oude clublied ‘Dronken HHC’er’ ontbreekt bij geen enkele wedstrijd.  De supporters van verschillende leeftijden staan samen achter hun team. ‘De jonge jongens zijn heel fanatiek’, merkt Vosjan. ‘Ze nemen veel initiatief om dingen te regelen, zoals liedjes, vlaggen of rookbommen. Daar zijn we als supportersvereniging heel erg blij mee. Er waait een frisse wind, zonder dat het ten koste gaat van de gezellige sfeer.’

Kalm an doen

Kwetsende teksten worden er door de driehonderd mensen in het fanatieke vak amper geroepen. De scheidsrechter krijgt wel eens iets naar zijn hoofd geslingerd, maar als iemand over de schreef gaat, wordt hij door anderen gecorrigeerd. ‘De supporters die er al lang staan, hebben ons een beetje opgevoed’, zegt Ellenkamp. ‘Als iemand te hard van stapel loopt, zegt iemand anders dat-ie even kalm an moet doen. Iedereen beleeft de wedstrijd op zijn eigen manier, maar het moet wel leuk blijven. We krijgen liever aandacht met een mooi spandoek.’

Naast trommelaar is Ellenkamp ook degene die de spandoeken en vlaggen regelt. Niet alleen omdat hij niet stil kan zitten, hij wil vooral de club op de kaart zetten. ‘Ik ben altijd op zoek naar iets nieuws. De drie grote vlaggen van vijf meter hoog die we nu hebben, zie je bijna nergens. Spelers merken dat op. Je kan ze extra energie geven door sfeer te brengen. Laatst hadden we een ooievaar opgezet voor Rick Hemmink, die was vader geworden. Hij genoot daarvan en juichte met ons toen hij scoorde. Zo bouw je als supporters een band op met de spelers. Hemmink gaat hier nog jaren voetballen. Hij is boer geworden in Vroomshoop en kan nergens in de regio hoger voetballen dan bij HHC. Hij voelt zich hier na één seizoen al thuis. Daar spelen supporters een rol in.’

Flying mailman

Doelman Sander Danes en aanvoerder Glenn Kobussen kregen bij hun 200e en 150e wedstrijd voor de club een persoonlijk spandoek. Vosjan bedacht voor Danes de titel ‘Flying mailman’, verwijzend naar de baan die Danes als postbode heeft. ‘Het is bij de topamateurs bijzonder dat iemand zo lang bij een club blijft. Danes zat hier in de tijd van de hoofdklasse al’, zegt Vosjan. ‘Dan spreken wij als supporters graag onze waardering voor hem uit. Hij vindt het wel jammer dat hij nooit een eigen liedje heeft gehad. Maar ja, we kunnen niet bij iedereen zo creatief zijn als toen we vorig seizoen ‘Hooiveld is on fire’ zongen.’

Vosjan loopt zelf ook al aardig wat jaartjes bij HHC rond. Zijn vader, die op zijn zeventigste nog altijd bij de wedstrijden komt, nam hem vroeger elke zaterdag mee. ‘Dan was het eerst zelf voetballen en daarna bij het eerste kijken. Voor mijn hele familie bestond de zaterdag uit HHC. Het zou mij niets verbazen als ik in de oude kleedkamers verwekt ben.’

Gekneusde rib na handhaving

Vosjan maakte de tijden van HHC in de Tweede klasse nog mee. Inmiddels is het Tweede Divisie, al scheelde het vorig jaar niet veel of HHC was gedegradeerd. Het eerste elftal kende een slecht seizoen en ontliep op het nippertje de nacompetitie. In de laatste wedstrijd tegen de directe concurrent UNA werd in de slotseconden gewonnen, waardoor HHC boven de streep kwam te staan. ‘De ontlading na die goal was niet normaal’, herinnert Ellenkamp zich. ‘Naast het veld waarop wij speelden, lag een trainingsveld. Iedereen rende als een gek dat veld op. Niemand wist meer wat hij deed. Ik knalde tegen iemand aan en lag op de grond met een gekneusde rib. Dat had ik ervoor over. Het was alsof we kampioen waren geworden. Op bijzondere momenten gaat iedereen helemaal los. Dan zie je hoeveel de club voor de supporters betekent.’

Bij terugkomst op De Boshoek ontstond een groot feest met fakkels, vuurwerk en veel oranje rook.  De opluchting was groot bij de supporters, die een zwaar seizoen achter de rug hadden. ‘Maar ook als we gedegradeerd waren, hadden we de spelers bedankt met vuurwerk. We zijn geen successupporters. We zijn er ook als het tegenzit. Dat hebben we vorig jaar wel laten zien’, stelt Vosjan. ‘HHC zit in de harten van veel mensen. Het is meer dan alleen het eerste elftal of Vak Q. Jongeren en hele families groeien op met de club. Als ik bij mijn pa kom, gaat het binnen drie minuten over HHC. Er zijn fans die met een HHC-shirt de kist in gaan. Het is een tweede familie. Iedereen beleeft de club op zijn eigen manier en wordt in zijn waarde gelaten. Dat maakt de supporters van HHC tot de beste supporters. Met de mooiste club die er is.’

Share