In de rubriek Pikant Voetbal deelt sportjournalist Jesper Langbroek zijn spannendste verhalen uit de voetbalwereld van Latijns-Amerika. Vandaag bezoekt hij een wedstrijd in een afgelegen dorp in Mexico, waar hij tussen de dronken en bewapende narcos belandt.

Op bezoek bij de schoonfamilie betekent in mijn geval niet een bakje koffie drinken in een doorsnee Nederlands huishouden. De familie van mijn vriendin woont in een dorpje in de Mexicaanse deelstaat Guerrero. Een regio met langgerekte stranden en lekker eten uit de zee, maar ook een centrum van de opiumproductie. Bij het reisadvies van de Nederlandse overheid kleurt dit gebied altijd oranje vanwege veel demonstraties, confrontaties met de politie en geweld van rivaliserende drugsbendes. ‘Maak alleen noodzakelijke reizen’, wordt er aanbevolen. Het bezoeken van de schoonfamilie is nou eenmaal noodzakelijk.

Zoals op iedere plek waar ik kom, zoek ik als eerste naar een stadion, de lokale voetbalclub of minimaal een trapveldje met een mooi uitzicht. Daarom ben ik zeer verheugd als de oom van mijn vriendin me uitnodigt om mee te gaan naar een lokaal voetbaltoernooi. Zijn zoon zal meespelen en een deel van de familie gaat kijken bij zijn wedstrijd. Op de parkeerplaats voor het veld waarschuwt mijn vriendin me: “Blijf bij ons en spreek niemand aan. Je kent deze mensen niet.” Er gaat een dreiging uit van haar stem waardoor ik het bericht ter harte neem. Maar ach, wat kan er gebeuren? Voetbal kijken met Mexicanen is tot nu toe altijd gezellig geweest.

Opvallende gringo 

Wanneer we de entree passeren, zie ik niets vreemds. Ik heb door dat iedereen me aankijkt, maar dat ben ik inmiddels wel gewend. Het is vreemd dat er in dit afgelegen dorp ineens een gringo loopt, en dan
heb ik voor de gelegenheid ook nog mijn sombrero op. Ik kijk om me heen en neem de locatie in me op. Het veld is prachtig gelegen tussen twee bergen. Aan de ene lange zijde ligt een kleiner veldje en aan de andere kant staat een overdekte tribune, waar zo’n tweehonderd mensen uit het dorp op zitten. Toeristen komen hier niet. Dit veldje is niet eens te vinden op Google Maps. Mexicanen uit andere delen van het land blijven uit de buurt, omdat ze wilde verhalen horen over de bewoners die vaak in de drugsteelt werken.

We gaan op een verhoogde overkapping achter het doel staan, maar het is lastig om een foto van het veld te maken. Dat wil ik helemaal graag doen omdat één van de teams Ajax-shirts draag. Ik vraag mijn vriendin of we een rondje kunnen lopen. Ze reageert niet direct enthousiast. Zij weet immers wat voor volk er aan de lange zijde op de tribune zit. Omdat ik aandring, vraagt ze aan haar oom: “Is het veilig voor ons om daarheen te lopen?” Hij zegt dat het moet kunnen, dus we gaan. Het eerste wat ik zie als we de trap afdalen is een man met een pistool achterin in zijn broek gestoken. Het eerste pistool van vandaag.

We lopen tussen de mensen door de hoek in en alle hoofden draaien met ons mee. Een gringo met een sombrero is dus echt een bezienswaardigheid hier. Zelf dragen alle gasten T-shirts met veel bling bling, bijvoorbeeld van Gucci of met afdrukken van doodshoofden erop, en petten met een AK47 of een jaguar. Deze stijl is niet uitsluitend voor narcos, maar wel zeer populair in deze kringen. De pistolen overtuigen me ervan dat we hier niet met bouwvakkers, groenteboeren en ICT-specialisten te maken hebben. Een gozer kijkt me bijzonder lang aan en als ik langs hem loop, bestudeert hij me van top tot teen. ‘Mira‘, zegt hij, ‘Kijk aan’. Ik reageer zo Mexicaans mogelijk om te laten zien dat ik niet verdwaald ben. ‘Qué onda? What’s up?‘ Ik loop in één beweging door, want ik wil niets of niemand triggeren. Op de achtergrond hoor ik gelach en ik begrijp nu waarom mijn vriendin huiverig was. We springen hier duidelijk in het oog bij mensen bij wie je liever niet opvalt.

Huurmoordenaars 

We lopen langs de tribune en enkele kraampjes met gegrild vlees en taco’s door naar de hoek. Hier heb ik een mooi beeld van het hele veld. In deze hoek staan dure SUV’s en 4X4’s geparkeerd en zitten een paar duidelijk beschonken mannen half naar de wedstrijd te kijken. Ze houden blikken bier vast en blazen een wietgeur onze kant op. Opnieuw zie ik veel Gucci polo’s, dikke horloges en heuptasjes. Sommigen worden vergezeld door uitgebreid opgemaakte vrouwen met korte kleding en bewerkte rondingen. Deze vrouwen staan bekend als buchonas en vullen hun dagen als partner van een drugshandelaar. Hooggeplaatste narcos zijn de mannen hier niet, die zitten beter verstopt, maar het zijn wel klusjesmannen van dezelfde groep. Sicarios, huurmoordenaars. Veel van hen lopen gewapend rond. Ik besef dat ik daartegen machteloos ben en doe mijn best om hun nieuwsgierige blikken te ontwijken.

Ik ben nog steeds op zoek naar de perfecte foto. Het rustsignaal geeft me de kans om vanaf het veld een foto te maken. Mijn vriendin kijkt me aan alsof ik gek ben. Hoewel ik me ook niet helemaal op mijn gemak voel, loop ik het veld op. Ik maak enkele foto’s van het veld met de berg op de achtergrond en voel ondertussen tientallen ogen branden in mijn rug. Een tribune vol narcos staart me aan. Wanneer ik me omdraai, probeer ik niemand gericht of te lang aan te kijken. Het voelt oncomfortabel, maar het geeft tegelijkertijd een gek soort adrenaline. Ik heb misschien te weinig ervaring om volledig te beseffen hoe gevaarlijk deze situatie is, maar de angst van mijn vriendin is een goede raadgever. Er hoeft maar één iemand te zijn die me niet mag of graag een gringo op zijn erelijst wil zetten, en dit verhaal loopt heel anders af. Wat je allemaal over hebt voor een foto van een voetbalveld.

“Laatst waren narcos hier in de buurt aan het zuipen en snuiven. Eén van hen draaide door en herkende de rest niet meer. Ze kregen ruzie en schoten elkaar af”, vertelt de oom van mijn vriendin, wanneer we ons weer melden bij de overkapping achter het doel. De wedstrijd is inmiddels in de verlenging aanbeland. De tegenstander van ‘Ajax’ speelt in het gele uitshirt van FC Barcelona, hun keeper draagt een shirt van Real Madrid. Bij Ajax valt de nummer negen mij op vanwege zijn blond geverfde haar en de naam op zijn shirt: ‘Loco Star’. Dat moet wel een goeie zijn.

‘Ajax’ wint de wedstrijd en de hoofdprijs van 2500 dollar. We krijgen bier in onze handen gedrukt en horen knallen van vuurwerk in de lucht – al weet je hier nooit zeker of het geen geweerschoten zijn. Overal komen neven, nichten, ooms en tantes tevoorschijn die de overwinning met ons vieren. Eén oom vertelt hoe hij op zijn zestiende in Michigan in de Verenigde Staten terechtkwam nadat hij illegaal de grens overstak. Hij betaalde daar zevenhonderd dollar voor. Vandaag de dag kost dezelfde route zo’n tienduizend dollar. Ik ben erg geïnteresseerd in zijn verhalen, maar excuseer me om naar het toilet te gaan. Daar staat een gast bij de spiegel coke te snuiven. Ik negeer hem wijselijk en kies een urinoir uit.

Er komt een andere gast naast me staan. “Jij komt niet van hier, of wel?”, zegt hij in het Spaans. Ik leg hem uit dat ik uit Nederland kom, maar dat ik hier mijn schoonfamilie bezoek. “Welkom”, zegt hij lachend, waarna hij bij het weglopen zijn shirt omhoog tilt en zijn pistool laat zien. “Somos amigos!”, reageer ik snel en overdreven nederig. “We zijn vrienden!” Hij en een andere man lachen. Ik ben blij dat ik de taal spreek en weet hoe ik me op moet stellen.

Het is inmiddels donker en een groot deel van het publiek is weg. De overgebleven mensen dansen en drinken. Ik trek mijn schoenen uit en speel op blote voeten een wedstrijdje met een neefje en wat andere kinderen. Een jongetje van een jaar of elf rent me meerdere keren voorbij en verbaast me met zijn skills. Ik vraag me af hoe het hem later zal vergaan. Ik hoop dat hij voetballer, bouwvakker of ICT-specialist wordt.

Share